Een kledingkast indelen
Kijk eerst naar de kleding die je in een gewone week draagt. Die hoort op een plek waar je goed bij kunt, niet achter spullen die je maar af en toe nodig hebt. Haal één gedeelte van de kast leeg en bekijk de beschikbare hoogte en diepte. Zo hoef je niet de hele slaapkamer vol te leggen voordat je weet welke indeling je wilt proberen.
Groepeer kleding op een manier die past bij hoe je kiest. Dat kan per soort kledingstuk zijn of per gebruiksmoment. Hang lange kleding waar voldoende vrije ruimte onder de roede zit. Leg kleinere stapels op planken waar je ze zonder veel tillen kunt pakken. Een stapel die precies tot de plank erboven komt, ziet er vol uit maar is lastig terug te leggen.
Gebruik bakken voor spullen die anders los door de kast raken, maar geef iedere bak een duidelijke inhoud. Een doos met van alles is vaak alleen een verplaatst rommellaatje. Pas de indeling na een paar dagen aan als je steeds om dezelfde spullen heen moet werken. Heb je kleding apart gelegd om te repareren of weg te geven, zet die dan niet ongemerkt weer terug tussen wat je morgen wilt dragen.